De rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst

In het beleid van de regering wordt gestreefd naar het afbouwen van het gebruik van fossiele energiebronnen, zoals olie en gas. Tegelijkertijd is duidelijk dat aardgas tijdens de transitie naar een duurzame energievoorziening voorlopig nog een belangrijke rol speelt.

De regering is van mening dat in Nederland geproduceerd aardgas daarbij de voorkeur heeft boven geïmporteerd gas. Tenminste, zolang we nog aardgas nodig hebben en dat veilig en verantwoord geproduceerd kan worden, Dat is ten eerste van belang voor de economie, de werkgelegenheid en de geopolitieke positie van Nederland. Ten tweede, is het ook goed voor het behoud van kennis van de diepe ondergrond. Tenslotte, is het beter voor het klimaat, omdat de productie in Nederland schoner is dan die in de meeste landen van waaruit gas wordt geïmporteerd.

Op weg naar een CO2-neutraal energiesysteem in 2050

Voor de olie- en gasindustrie is de transitie naar een CO2-neutraal energiesysteem in 2050 een belangrijk gegeven. Onder de Noordzee, maar ook op land, bevinden zich nog aanzienlijke voorraden aardgas die veilig en verantwoord kunnen worden gewonnen, en die de komende decennia ingezet kunnen worden voor onder meer de Nederlandse energievoorziening. In totaal kan de gaswinning uit de kleine velden in de periode 2018 tot 2050 nog leiden tot een te produceren gasvolume van 232 tot 335 miljard m³ per jaar, waarvan circa 60% op zee. Dit levert over de periode 2018 tot 2050 aardgasbaten op van 10 tot 38 miljard euro. Op dit moment wordt er jaarlijks tussen de 10 en de 15 miljard Nm³ aardgas op zee gewonnen. De binnenlandse vraag naar aardgas is 35 miljard Nm³ per jaar. Nu Nederland sinds 2018 een netto gasimporteur is geworden, wordt het belang van de eigen productie nog duidelijker zichtbaar. Zie voor meer informatie de Beleidsbrief Herijking Gaswinning Kleine Velden (mei 2018).

De Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie, NOGEPA, werkt met haar leden ook aan het verder terugdringen van de klimaatafdruk van gaswinning in Nederland, bijvoorbeeld door te investeren in een forse reductie van de methaanuitstoot voor 2021 met 50% (120.000 ton CO2-equivalent).

De rol van gas

(Aard)gas speelt een belangrijke rol in de transitie naar een volledige duurzame energievoorziening in 2050. Op 30 maart 2020 stuurde toenmalig minister Wiebes drie brieven naar de kamer over gas. Eén over waterstof, één over groen gas en een overkoepelende brief over de rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst. In deze laatste brief zet de minister uiteen welke rol gasvormige energiedragers op dit moment spelen en in de toekomst zullen blijven spelen in het Nederlandse energiesysteem: “Gasvormige energiedragers hebben gezien hun unieke karakteristieken een onvervangbare rol in de verduurzamingsopgave voor de Nederlandse samenleving en zullen in alle sectoren van belang blijven. Om de toekomstige gasbehoefte duurzaam in te kunnen vullen, is de ontwikkeling van CO2-vrije gassen als alternatief voor aardgas essentieel. Onder CO2-vrije gassen worden hier groen gas en duurzame waterstof verstaan”.

“Groen gas en duurzame waterstof zijn gasvormige energiedragers met grotendeels dezelfde functionaliteit binnen het energiesysteem. Beide kunnen ingezet worden met gebruikmaking van de bestaande gasinfrastructuur”.

“Gezien de grote vraag naar gasvormige dragers (30-50% van het finale energieverbruik in Nederland in 2050) is een significante opschaling van de productie van beide gassen noodzakelijk.” Daarnaast benadrukt de minister de rol van aardgas in de geleidelijke transitie, ”omdat aardgas van essentieel belang is zolang er nog onvoldoende duurzame alternatieven zijn”.

“Bijgevolg zijn aardgas, groen gas en duurzame waterstof samen de gasvormige energiedragers van nu en de toekomst, waarbij elke energiedrager zijn eigen rol heeft. Voor aardgas is dit de invulling van de bestaande gasbehoefte tot 2050.”

Er is nog een discussie gaande over de wijze waarop en de snelheid waarmee Nederland ‘van het gas af kan’, dat wil zeggen hoe en hoe snel het gebruik van aardgas in de economie en in het bijzonder in de energievoorziening kan worden afgebouwd. Dat gaat over de effectiviteit (is het de beste manier om de uitstoot van CO2 te reduceren?) en over de efficiency (is het de goedkoopste manier om de transitie vorm te geven?). Belangrijke factoren die daarbij een rol spelen, zijn de beschikbaarheid van duurzame energiebronnen en de vraag hoe in de stijgende vraag naar elektriciteit zal worden voorzien. De trend is immers ‘all-electric’, met warmtepompen in plaats van gasgestookte cv-ketels, inductiekookplaten en elektrisch rijden. En met het snel sluiten van de kolencentrales zal ruwweg één derde van de huidige elektriciteitsproductie verdwijnen.

De olie- en gassector besteedt op de website www.onsaardgas.nl aandacht aan de transitie naar een duurzame energievoorziening. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel duurzaam opgewekte energie in de totale Nederlandse energievoorziening 16% moeten zijn in 2023. Dit betekent dat we dan nog steeds 84% van onze energie uit bestaande bronnen moeten halen. In 2020 bestaat ons primair energieverbruik voor 41% uit aardgas, 38% uit olie en 11% uit kolen. Maar 7% van onze energie komt op dit moment uit hernieuwbare bronnen. Klik in de Kennisbank van EBN voor meer informatie.

Op de website www.onsaardgas.nl staat dat dit aandeel op weg naar 2050 sterk zal moeten groeien. Om in de tussentijd aan de Nederlandse energiebehoefte te kunnen voorzien, heeft Nederlands aardgas, de schoonste fossiele brandstof, de voorkeur boven geïmporteerd aardgas, olie en kolen. In deze geleidelijke transitie naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050 werkt de sector onder andere aan CO2-vermindering en CO2-opslag.