Windenergie

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat ging in zijn brief aan de Tweede Kamer van 26 juni 2020 onder meer in op de uitkomsten van de Monitor Wind op Land 2019:

Wind op land

De Monitor Wind op Land 2019 laat zien dat de totale projectcapaciteit, dat wil zeggen projecten die gerealiseerd zijn of in ontwikkeling zijn voor de komende jaren, het afgelopen jaar is gegroeid naar 7.389 MW (+201 MW). Deze toename van 201 MW kan worden verklaard omdat er in het afgelopen jaar een aantal nieuwe projecten bijgekomen is en door een toename van het (gemiddelde) vermogen per geplande turbine.”

“Aan het eind van 2019 stond er in Nederland 3.534 MW aan operationeel vermogen windenergie op land. Dit is 59% van de landelijke doelstelling voor 2020. Het operationeel vermogen is in 2019 met 152 MW toegenomen ten opzichte van 2018. Volgens RVO.nl is het vrijwel zeker dat eind 2020 4.509 MW, windenergie op land operationeel zal zijn in Nederland op basis van de doorgegeven ingebruiknamedata van de initiatiefnemers. Dit is iets minder dan verwacht in de monitor van vorig jaar.”

“De Monitor Wind op Land 2019 bevestigt het eerdere beeld dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6000 MW windenergie op land later behaald wordt dan eind 2020. De mogelijkheid om dit jaar nog zaken te versnellen zodat projecten toch in 2020 gerealiseerd worden is zeer beperkt. Ten aanzien van de versnellingsafspraak voor 2023 is dit wel mogelijk, mede omdat veel windparken al de benodigde vergunningen en SDE-beschikking hebben. Ik zal mij hier samen met betrokken partijen voor blijven inzetten.”

“De komende jaren kunnen veel windenergieprojecten gerealiseerd worden, waardoor er eind 2023 naar verwachting maximaal 6.796 MW gerealiseerd is. Het afgelopen jaar is de totale projectcapaciteit gegroeid tot 7.389 MW. Tegelijkertijd worden momenteel in de Regionale Energiestrategieën nieuwe zoekgebieden aangewezen. Deze projecten gezamenlijk leveren een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van 35 TWh uit het Klimaatakkoord.”

Kijk voor meer informatie over windenergie op land op de website van RVO.

Wind op zee

In 2050 moet alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komen. Met windenergie op zee is de overgang naar een energievoorziening zonder CO2-uitstoot mogelijk.

Doelen windenergie

In 2021 staan er windmolens in zee met een totaalvermogen van ongeveer 2,5 gigawatt (GW). In 2023 moet er voor minimaal 4,5 GW vermogen aan windmolens op zee staan. Deze afspraak staat in het Energieakkoord voor duurzame groei. Windmolens op zee leveren dan 3,3% van alle energie in Nederland.

In het regeerakkoord en het Klimaatakkoord (2019) is afgesproken om het beleid van windenergie op zee door te zetten. In 2030 moet er daardoor 11 GW aan windparken op zee staan. Deze leveren dan 8,5% van alle energie in Nederland en 40% van het huidige elektriciteitsverbruik.

De komst van windparken op zee brengt economische kansen met zich mee. Een grote thuismarkt geeft de Nederlandse offshore- en windsector de kans om zijn expertise verder te ontwikkelen en daarmee zijn internationale positie te versterken. Nu al hebben Nederlandse bedrijven een marktaandeel van ongeveer 25% van de totale Europese markt voor wind op zee.

Voor meer informatie, waaronder de routekaart wind op zee, projecten, onderzoeken en wet-en regelgeving, kijkt u op de website van de Rijksoverheid en RVO.