Steenkool

Momenteel wordt er géén steenkool meer gewonnen in Nederland. Hieronder kunt u meer lezen over de geschiedenis van de steenkoolwinning in Nederland.

Onderstaande informatie is afkomstig uit: De Bosatlas van de Energie (Noordhoff Atlasproducties), november 2012

Geschiedenis

Rond de 11e eeuw werd in Zuid-Limburg, in de buurt van Kerkrade, de eerste steenkool gewonnen binnen het huidige Nederlandse grondgebied. Vanaf de 14e eeuw raakten de steenkolenlagen aan de oppervlakte min of meer uitgeput, en moest men ondergronds verder. Nederland beschikte over grote en gemakkelijk winbare hoeveelheden turf. Daarom schakelde Nederland later op steenkool over dan Engeland, waar begin 17e eeuw al 75% van alle brandstof uit steenkool bestond. In Nederland was dat aandeel in 1890 nog maar 2%.

De steenkoolmijnbouw in Nederland begon in 1893 met de aanleg van de eerste Oranje-Nassaumijn in Heerlen. Daarna breidde het aantal mijnen zich snel uit, in eerste instantie vooral om de buurlanden van steenkool te voorzien. Zowel particuliere mijnondernemingen (onder meer de Domaniale Mijn Maatschappij) als een staatsmijnbedrijf gingen aan de slag. Tussen 1875 en 1975 groeiden steden als Heerlen en Kerkrade hierdoor explosief.

De steenkoolmijnbouw kende in Nederland toch een moeizame start. Dit kwam onder meer doordat de schachten door watervoerende lagen heen moesten. Een ander probleem was het gebrek aan infrastructuur om de steenkool af te voeren. Dit veranderde in 1896 door de opening van een spoorverbinding van Sittard via Heerlen naar het Duitse Herzogenrath. De afstand tot het mijngebied bepaalde in Nederland de prijs van steenkolen.

Het Staatsbedrijf

Het staatsmijnbedrijf exploiteerde vier mijnen: de Staatsmijn Wilhelmina, de Staatsmijn Emma, de Staatsmijn Hendrik en de Staatsmijn Maurits. De laatste drie bevonden zich in het noordwesten van het mijngebied, waar een gasrijke steenkoolsoort in de bodem zat. Anders dan de kolen uit de meeste particuliere mijnen en de Wilhelmina, waren deze niet geschikt voor huishoudelijk gebruik. Wel werden ze gebruikt om cokes van te

maken, een zuivere brandstof voor de metaalindustrie. In 1914 werd bij de Staatsmijn Emma de eerste cokesfabriek aangelegd. De tweede verscheen later bij de Maurits. Zo begonnen de chemische activiteiten van de Staatsmijnen in Limburg, later voortgezet in het internationale chemiebedrijf Koninklijke DSM N.V..

In 1965 besloot de regering de kolenmijnbouw te beëindigen. Aardolie en aardgas waren in opkomst en het werk in de mijnen was ongezond en zwaar. Bovendien was het door stijgende loonkosten inmiddels goedkoper om steenkool te importeren. In 1974 ging de laatste mijn dicht. De sloop van de ‘Lange Jan’, de schoorsteen van de eerste Oranje Nassau, stond in 1976 symbool voor het definitieve einde van de steenkoolmijnbouw. In totaal is er uit de Nederlandse mijnen 568 miljoen ton steenkool gedolven.

Energievoorziening

Wereldwijd voorziet steenkool momenteel in 30% van de energiebehoefte. In Nederland was dat in 2018 en 2019 respectievelijk 8 en 6%. Steenkool is nog steeds een belangrijke energiedrager voor onze energievoorziening en economie.

Naast het beëidigen van steenkoolwinning in Nederland wordt In het huidiger beleid van de regering gestreefd naar het afbouwen van andere delfstofwinning in Nederland, zoals aardolie en aardgas. Op deze website kunt u verder lezen over welke ontwikkelingen er plaatsvinden op het gebied van Energietransitie in Nederland.